001 De Eeuwige Is Een

001. Bijbelstudie
DE EEUWIGE IS ÉÉN! - ADONAI ECHAD!
dxa hvhy

Één van de grootste mysteries is het geheim van G’ds Wezen, dat met het menselijke verstand niet te bevatten is en waarover er onder de gelovigen sinds mensen heugen verschil van opvatting bestaat. G’d is één! Daar kan niemand aan twijfelen omdat de Bijbel hierin heel duidelijk is. Maar wat moeten wij onder die éénheid verstaan? Bestaat G’d uit één ondeelbaar Geheel of is er wel sprake van een samengestelde éénheid? Ik denk het tweede, want waarom zou G’d anders in meervoud over Zichzelf spreken: “Laat Ons mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis” (ty>arb B’reshit [Genesis] 1:26)? Hij had toch ook kunnen zeggen: “Laat Mij mensen maken naar Mijn beeld”. Maar nee, er staat “Ons”! Er zijn nog meer soortgelijke voorbeelden in het zelfde bijbelboek. Nu kunt u wel zeggen dat hier het majesteitsmeervoud toegepast zou zijn, zoals dat ook hier in onze monarchie nog steeds gebruikelijk is in zinnen als bijvoorbeeld: “Wij, de koningin der Nederlanden…”, maar dat hiervan in dit geval geen sprake kan zijn blijkt uit het feit, dat de Eeuwige na Genesis namelijk niet meer in de Wijvorm spreekt, maar in de Ikvorm. Verder staat het woord ,yhla Elohim, dat vertaald wordt met G’d, alleen al in het eerste hoofdstuk van ty>arb Bereshit [Genesis] 32 keer! Het woord ,yhla Elohim heeft hier de gebruikelijke Hebreeuwse uitgang ,y ‘-im’ voor alle mannelijke naamwoorden in meervoud. Dit spreekt enerzijds de bewering van de feministische theologie tegen, dat G’d net zo goed vrouwelijk zou kunnen zijn, maar het bewijst tevens dat er inderdaad sprake is van een meervoud, want in enkelvoud had G’d eigenlijk gewoon la El moeten zijn.

Zeven-éénheid?

In bepaalde Joodse kringen gaat men ervan uit, dat G’d uit zeven Personen zou bestaan, omdat het getal 7 [ib> sheva] in het Hebreeuws volmaaktheid uitdrukt. Hier is dus sprake van een z.g. zeven-éénheid, waarvoor in G’ds Woord echter geen duidelijke schriftuurlijke aanwijzingen zijn te vinden, behalve eventueel Openbaring 3:1, waarin gesproken wordt over de 7 Geesten G’ds, toch of daar dan ook 7 verschijningsvormen van de Eeuwige mee bedoelt zijn, valt te betwijfelen. Maar wat wordt dan bedoeld met de zeven Geesten G’ds? Welnu, de Eeuwige wil in het boek Chizayon [Openbaring] zeven gemeenten in Asia, een provincie van het Romeinse Rijk in het westen van het huidige Turkije, aanmoedigen om te midden van de zware vervolging staande te blijven en omdat 7 het getal is van de volheid, wil Adonai door dit boek tevens troost, bemoediging en houvast geven aan Zijn gemeente van alle tijden en van alle plaatsen en landen. Dus ook aan ons. Hij heeft de zeven Geesten; dat is de volmaakte Heilige Geest, Ruach haQodesh, met al Zijn verscheidenheid van krachten, gaven en werkingen; want Hij is persoonlijk één, ofschoon verscheiden in openbaring. Hij wordt hier zevenvoudig genoemd naar het getal der gemeenten en der engelen van de gemeenten, om aan te tonen dat iedere dienaar en elke gemeente een gave of bediening van G’ds Ruach [Geest] gegeven is om daarmee te kunnen functioneren; een voorraad van geestelijke toerusting voor die specifieke dienaar of die gemeente, om hen door volharding en uitbreiding bij te staan en te verbeteren; tenzij ze het door misbruik, lauwheid of achteruitgang verbeuren. De gemeenten hebben, evenals de individuele gelovigen, hun geestelijke voorraden, en aangezien deze brief juist gericht werd aan een verslappende gemeente, wordt haar in herinnering gebracht dat Yeshua de zeven Geesten heeft: dat is de Heilige Geest in volkomenheid, en dat zij zich tot Hem mogen wenden om Zijn werk in hen te verlevendigen. De zeven sterren (Openbaring 1:20 en 3:1), de engelen der gemeenten; zijn door Hem geplaatst bij de zeven kandelaren, de zeven gemeenten, en aan Hem verantwoording schuldig, hetgeen hen getrouw en ijverig moet maken. Zij zijn dienaren om te zenden, en Hij geeft hen de geestelijke toerusting tot welzijn van de gemeenten. Ruach haQodesh [de Heilige Geest] werkt gewoonlijk door de dienaren, en hun dienst zal niet krachtig zijn zonder de Heilige Geest, de volmaakte Geest met al Zijn verscheidenheid van krachten, gaven en werkingen. Daarom wordt hier gesproken over de zeven Geesten G’ds. Anderen menen echter dat deze zeven Geesten hier de zeven engelen zijn, zoals volgens Openbaring 1:20 ook de zeven sterren de zeven engelen of opzieners der gemeente betekenen. De zeven gemeenten worden vergeleken met zeven kandelaren, omdat aan de Menora, de kandelaar in de tabernakel zeven lampen waren, die altijd met olie en licht moesten voorzien zijn, want de gemeenten hebben de opdracht gekregen om een licht voor de wereld te zijn! In Chizayon [Openbaring] 4:5 zag Yochanan [Johannes] zeven vurige fakkels brandende voor G’ds troon, waarvan hij verklaarde, dat zij de zeven Geesten G’ds zijn, de verschillende gaven, bedieningen en werkingen van de Heilige Geest in de gemeenten van de Mashiach, die allen worden verdeeld en verleend naar de wil en het welbehagen van Hem, die op de troon zit. In Chizayon [Openbaring] 5:6 zien wij Yeshua als een lam, hebbende zeven hoorns en zeven ogen, dat is volkomen macht om al de wil van G’d te volbrengen en volkomen wijsheid om dat op de beste wijze te doen; want Hij heeft de zeven Geesten G’ds. Hierdoor wordt de volheid van de Heilige Geest afgebeeld, die Yeshua zonder mate heeft ontvangen (zie ]nxvy Yochanan [Johannes] 3:34), waardoor Hij ook Zijn macht en Zijn voorzienigheid in het regeren van Zijn Qehila [gemeente] uitvoert. Hij heeft de Heilige Geest ontvangen zonder mate, in alle volkomenheid van licht en leven en macht, waardoor Hij in staat is alle landen der aarde te regeren en te onderwijzen. Hij, het Lam, heeft zeven ogen: niets ontgaat Hem, ook hier op aarde niet! Ik ben dus van mening dat de 7 Geesten G’ds een beeld zijn van de volmaakte Heilige Geest met al Zijn verscheidenheid van krachten, gaven en werkingen, maar in die tekst een zeven-éénheid van G’d te zien lijkt mij zeer onwaarschijnlijk.

Drie-éénheid?

De christenen daarentegen gaan uit van een drie-éénheid, want dáárvoor staan er namelijk wél enkele aanwijzingen in de Bijbel, zoals in het zendingsbevel: “En Jezus trad naderbij en sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde. Gaat dan henen, maakt al de volken tot Mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld.” (vhyttm Matityahu [Matthéüs] 28:18-20). De trinitarische formulering komen wij ook in 2 Korinthiërs 13:13 tegen: “De genade des Heren Jezus Christus, en de liefde G’ds, en de gemeenschap des Heiligen Geestes zij met u allen.” Deze twee teksten klinken de meeste kerkgangers heel bekend in de oren, want het eerste wordt bij de doop gebruikt en het tweede wordt veelvuldig uitgesproken of gezongen aan het eind van een kerkdienst. Maar gelukkig berust de drie-éénheidleer niet alleen op deze verzen. Het fundament hiervan vinden wij in het alles doordringend patroon van G’ddelijk handelen, waarvan de Heilige Geschriften getuigen. De Vader wordt in de Zoon door de Heilige Geest geopenbaard. Telkens weer zien wij deze drie elementen bijeen als deel van een groter geheel, want de totaliteit van G’ds reddende kracht en tegenwoordigheid kan slechts uitgedrukt worden door alle drie bestaanswijzen van G’d erbij te betrekken, zoals bijvoorbeeld: “Hij nu, die ons met u bevestigt in de Mashiach [Gezalfde] en ons heeft gezalfd, is G’d, die ook zijn zegel op ons gedrukt en de Geest tot onderpand in onze harten gegeven heeft.” (2 Korinthiërs 1:21-22). – “Maar toen de goedertierenheid en mensenliefde van onze Heiland en G’d verscheen, heeft Hij, niet om werken der gerechtigheid, die wij zouden gedaan hebben, doch naar Zijn ontferming ons gered door het bad der wedergeboorte en der vernieuwing door de Heilige Geest, die Hij rijkelijk over ons heeft uitgestort door Yeshua haMashiach [Jezus Christus], onze Heiland, opdat wij, gerechtvaardigd door zijn genade, erfgenamen zouden worden overeenkomstig de hope des eeuwigen levens.” (Titus 3:4-7). - “Petrus, een apostel van Yeshua haMashiach [Jezus Christus], aan de vreemdelingen, die in de verstrooiing zijn in Pontus, Galatia, Kappadocia, Asia en Bitynia, de uitverkorenen naar de voorkennis van G’d, de Vader, in heiliging door de Geest, tot gehoorzaamheid en besprenging met het bloed van Yeshua haMashiach: genade en vrede worde u vermenigvuldigd.” (1 Petrus 1:1-2). Deze trinitarische structuur zien wij niet alleen in B’rit haChadasha [het Nieuwe Testament], maar ook in TeNaCH [het z.g. Oude Testament], want ook daar komen we de drie vormen van het G’ddelijk Wezen tegen, namelijk als de Onzienlijke, die geen mens kan zien en leven. Hij is degene, die wij kennen als onze hemelse Vader. Ook Ruach haQodesh [de Heilige Geest] wordt in de boeken van TeNaCH reeds vanaf het scheppingsverhaal genoemd. En als wij de verhalen lezen, waarin de Eeuwige in menselijke gedaante aan o.a. Avraham [Abraham], Ya’aqov [Jakob] en Manoach (de vader van Shimshon) is verschenen, dan kan dit alleen maar Yeshua geweest zijn, het vleesgeworden Woord, en dus niet Zijn Vader, de Onzienlijke, want zowel Ya’aqov alsook Manoach zeiden achteraf: “Ik heb G’d gezien en ik leef!!!” En wat Avraham betreft, heeft Yeshua zelf gezegd dat Hij het was die hem ontmoette: “Uw vader Avraham heeft zich erop verheugd Mijn dag te zien en hij heeft die gezien en zich verblijd. De Joden dan zeiden tot Hem: Gij zijt nog geen vijftig jaar en hebt Gij Avraham gezien? Yeshua zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Eer Avraham was, ben Ik. (]nxvy Yochanan [Johannes] 8:56-58). Zo getuigt de hele Bijbel van de éne G’d die alleen op trinitarische wijze begrepen kan worden. In het traditionele Jodendom spreekt men uiteraard niet over een triniteitsleer, maar er is daarentegen wel sprake van een Joods trias-denken zoals de theofanie van Avraham bij de terebint van Mamre, waar een rechtstreekse overgang van het drietal van de mannen naar het enkelvoud van G’d voorkomt (ty>arb B’reshit [Genesis] 18). Zo was er ook een rabbijnse kwestie waarom de TeNaCH zo vaak spreekt over ‘de G’d van Avraham [Abraham], de G’d van Yitzchaq [Isaäk] en de G’d van Ya’aqov [Jakob], in plaats van te volstaan met de kortere formule ‘de G’d van Avraham, Yitzchaq en Ya’aqov’. Waarom wordt de naam van G’d hier schijnbaar overbodig drie maal genoemd, terwijl er toch maar één G’d is? Het antwoord, dat in de loop van een lange discussie naar voren is gekomen, luidt: Avraham ervaarde G’d als de G’d die hem uit zijn land wegleidde, die hem riep naar de onzekere situatie van het hem beloofde land maar Yitzchaq, zijn zoon, beleefde Hem daarentegen als de G’d die beschermt, die hem op de berg Moria van de offerdood door het mes van zijn eigen vader redde. Ya’aqov tenslotte beleefde Hem op zijn beurt weer als de strijdbare Engel, die de hele nacht met hem worstelde, totdat hij Hem in de dageraad Zijn zegen en de nieuwe naam Yisra’el [Israël] kon afdwingen. Zo wordt er dus terecht in de Bijbel gesproken over ‘de G’d van Avraham, de G’d van Yitzchaq en de G’d van Ya’aqov’, want het gaat immers om drie verschillende G’dservaringen, die weliswaar volkomen van elkaar verschillen, maar dan toch zo legitiem en authentiek zijn als de G’dsvisie van de drie-éénheidleer. Als wij dus ervan uitgaan dat de christelijke leer van de Triniteit, de Drievuldigheid van G’d waar is, dan blijft nog de vraag of Hij een drie-enige of een driedelige G’d is. Bestaat het G’ddelijk Wezen daadwerkelijk uit drie Personen of is het één Geheel dat zich in drie verschijningsvormen manifesteert? In feite gaat het om de vraag: is Yeshua G’d of niet? Laten wij eens kijken wat Yeshua zelf daarover zegt: “Ik en de Vader zijn één!” (]nxvy Yochanan [Johannes] 10:30). “Indien gij Mij kendet, zoudt gij ook Mijn Vader gekend hebben. Van nu aan kent gij Hem en hebt gij Hem gezien. Filippus zeide tot Hem: Here, toon ons de Vader en het is ons genoeg. Yeshua zeide tot hem: Ben Ik zolang bij u, Filippus, en kent gij Mij niet? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; hoe zegt gij dan: Toon ons de Vader? Gelooft gij niet, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden, die Ik tot u spreek, zeg Ik uit Mijzelf niet; maar de Vader, die in Mij blijft, doet Zijn werken. Gelooft Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is: of anders, gelooft om de werken zelf” (]nxvy Yochanan [Johannes] 14:7-11). “Indien Ik de werken Mijns Vaders niet doe, gelooft Mij niet, doch indien Ik ze doe en gij Mij toch niet gelooft, gelooft dan de werken, opdat gij weten en erkennen moogt, dat de Vader in Mij is en Ik in de Vader.” (]nxvy Yochanan [Johannes] 10:37-38). Met deze uitspraken ondersteunt Yeshua inderdaad de leer van de drie-éénheid, maar tegelijkertijd legt Hij tevens de nadruk op de éénheid van G’d, zoals wij in de volgende tekst kunnen lezen:

Joods geloofsbelijdenis

“En één der Soferim [schriftgeleerden], tot Hem komende, hoorde, dat zij met elkaar redetwistten, en overtuigd dat Hij hen goed geantwoord had, vroeg hij Hem: Welk gebod is het eerste van alle? Yeshua antwoordde: het eerste is:
.dxa hvhy vnyhla hvhy lar>y im>
!bbl9lkb !yhla hvhy ta tbhav
.!dam9lkbv !idm9lkbv !>pn9lkbv

Sh’ma Yisra’el, Adonai Eloheinu, Adonai echad, v’ahav’ta et Adonai Eloheicha b’chol l’vav’cha uv’chol nafsh’cha uv’chol ma’adacha uv’chol m’odecha!
“Hoor, Israël, de Eeuwige is onze G’d, de Eeuwige is één, en gij zult de Eeuwige, uw G’d, liefhebben uit geheel uw hart en uit geheel uw ziel en uit geheel uw verstand en uit geheel uw kracht!” (Marcus 12:28-30).

Dit Sh’ma Yisrael is echter niet alleen het eerste gebod van alle, maar tevens de officiële Joodse geloofsbelijdenis, het credo in de énige G’d sinds de dagen van Moshe [Mozes]! Het is immers voor het volk van G’d een altoosdurende inzetting volgens ,yrbd D’varim [Deuteronomium] 6:4-9.
.dxa hvhy vnyhla hvhy lar>y im>
“Sh’ma Yisra’el, Adonai Eloheinu, Adonai echad!” - Deze zes Hebreeuwse woorden vormen het Joodse credo dat tot op heden het onbetwiste geloofsfundament is van alle Joden. Het zijn de eerste woorden uit de Tora, die een Joods kind van vier jaar op de schoot van zijn vader uit het hoofd leert, maar het zijn ook de laatste woorden op de lippen van een stervende. Onder het zingen van deze geloofsbelijdenis gingen destijds ook velen de gaskamer in! Sinds mensen heugen is het “Sh’ma Yisra’el” een vast onderdeel van de liturgie in de synagoge en op de Shabat, en driemaal per dag wordt het door vrome Joden gelajent in het Shacharit [ochtendgebed], het Min’cha [middaggebed] en het Ar’vit [avondgebed]. Deze kernzin van het Joodse geloof wordt dermate belangrijk geacht, dat reeds duizenden jaren de laatste letters van het eerste woord (im> Sh’ma = Hoor!) en van het laatste woord (dxa Echad = Eén!) in alle Tora-rollen en ook in alle boekuitgaven van TeNaCH alsook in elke Sidur [gebedenboek] in een groter letterskorps is geschreven dan de rest van de tekst. Het gaat hier dus om de i Ayin en de d Dalet. Dat doet men om te voorkomen dat deze twee letters per ongeluk zouden worden verwisseld met de letters die erop lijken, namelijk de a Alef en de r Resh. Als je in het eerste woord namelijk een Alef schrijft in plaats van een Ayin, dan krijg je het woord am> Shema, hetgeen “misschien” betekent, en als je in het laatste woord een Resh schrijft in plaats van een Dalet (die twee lijken echt veel op elkaar: r + d), dan krijg je het woord rxa Acher, en dat betekent “ander”. En dat zou dan bij elkaar een g’dslasterlijke vervorming van de hele zin tot gevolg hebben met de verkeerde betekenis: “Misschien, Israël, is de Eeuwige onze G’d, een andere G’d!” Vandaar dat de i Ayin en de d Dalet dus met koeienletters worden geschreven om elk eventueel misverstand te voorkomen! Bovendien vormen deze twee letters samen het Hebreeuwse woord di Ed, hetgeen “getuige” betekent in overeenstemming met vhyi>y Yeshayahu [Jesaja] 43:10-12 en 44:8, waar het volk Israël door de Eeuwige wordt aangesproken met “Mijn getuigen” en ook Yeshua zei tot Zijn volgelingen: “Gij zult Mijn getuigen zijn” (Handelingen 1:9). Zo behoort eigenlijk iedere Israëliet en iedere volgeling van Yeshua derhalve een di Ed te zijn, een getuige van die éne G’d, want de G’d van Israël, die wij dienen, is de Eeuwige, een oneindig en eeuwig volmaakt Wezen, uit zichzelf bestaande! Hij is de énige en ware G’d, Hij alleen is G’d, en Hij is één! Hoe verschillend messiasbelijdende, liberale en orthodoxe Joden dan ook mogen zijn in hun opvattingen, het Sh’ma Yisra’el blijft echter het verbindende factor! In de dertien geloofspunten heeft de bekende Joodse g’dsdienstfilosoof Maimonides (1135-1204) de belangrijkste grondbeginselen van de Joodse geloofsbelijdenis geformuleerd:

“Ik geloof met volledige overtuiging,
- dat G’d de énige Schepper en Leider is van al wat geschapen is en tot stand kwam, komt en komen zal;
- dat G’d een absolute éénheid is, onvergelijkelijk met welke éénheid ook;
- dat alléén Hij de G’d is, die er was, er is en er altijd zijn zal;
- dat Hij onlichamelijk is, dat Hij geen lichamelijke functies bezit en dat van Hem generlei voorstelling mogelijk is;
- dat Hij de eerste en de laatste is;
- dat men alleen tot Hem zijn gebed mag richten en dat men dit niet tot een ander mag doen;
- dat alles wat de profeten verkondigd hebben waar is;
- dat Moshe [Mozes] de ware profeet was, die nooit zijn weerga heeft gehad of zal hebben;
- dat heel de Tora [wet], zoals wij die nu bezitten, door G’d aan Moshe [Mozes] gegeven is;
- dat deze Tora [wet] onveranderlijk is, dat er geen andere bestaat, die van G’d afkomstig is
- dat G’d de handelingen en ook de gedachten van ieder mens kent;
- dat Hij allen beloont die Zijn geboden nakomen en straft die Zijn geboden overtreden;
- dat de Mashiach [Messias] zeker zal komen en al kan Hij ook lang uitblijven, verwacht ik iedere dag Zijn komst;
- dat er een herleving der doden zal zijn op een tijd, dat de Schepper wiens Naam geprezen is en wiens faam zo hoog en voor altijd verheven is, het wil.

Op al deze grondbeginselen van de Joodse geloofsbelijdenis kan volgens mij ook elke bijbelgetrouwe christen en uiteraard ook elke messiasbelijdende Jood zonder meer hardop “Amen!” zeggen, met uitzondering van punt vier, waarin staat dat de Eeuwige geen lichaam zou hebben. Maar daar ga ik straks nog nader op in. In elk geval was het antwoord van Yeshua, toen Hij door de schriftgeleerde gevraagd werd wat volgens Hem het eerste gebod is, dus volledig in overeenstemming met de algemene Joodse geloofsbelijdenis, waarin de éénheid van G’d centraal staat.

Christelijk Geloofsbelijdenis

Heel anders zijn daarentegen door de eeuwen heen al de diverse christelijke geloofsbelijdenissen, waarin namelijk niet de éénheid, maar de drie-éénheid van G’d wordt beleden! Veruit de bekendste van allen is weliswaar de Apostolische Geloofsbelijdenis, maar het duidelijkst wordt de drie-éénheid ofwel de ‘triniteit’ onder woorden gebracht in het minder bekende Nicaeno-Constantinopolitanum uit het jaar 381, dat eveneens tot op heden in sommige kerken wordt beleden. Het luidt als volgt:

“Ik geloof in één G’d,
- de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde, van al wat zichtbaar en onzichtbaar is.
- En in één Heer, Jezus Christus, eniggeboren Zoon van G’d, vóór alle tijden geboren uit de Vader. G’d uit G’d, licht uit licht, ware G’d uit de ware G’d. Geboren, niet geschapen, één in wezen met de Vader, en door wie alles geschapen is. Hij is voor ons, mensen, en omwille van ons heil uit de hemel neergedaald. Hij heeft het vlees aangenomen door de Heilige Geest uit de maagd Maria, en is mens geworden. Hij werd voor ons gekruisigd, Hij heeft geleden onder Pontius Pilatus en is begraven. Hij is verrezen op de derde dag, volgens de Schriften. Hij is opgevaren ten hemel: zit aan de rechterhand van de Vader. Hij zal wederkomen in heerlijkheid om te oordelen levenden en doden. En aan Zijn rijk komt geen einde!
- Ik geloof in de Heilige Geest, die Heer is en het leven geeft; die voortkomt uit de Vader en de Zoon; die met de Vader en de Zoon tezamen wordt aanbeden en verheerlijkt; die gesproken heeft door de profeten.
- Ik geloof in de éne, heilige, christelijke en apostolische kerk.
- Ik belijd één doopsel tot vergeving van de zonden.
- Ik verwacht de opstanding van de doden en het leven van het komend rijk.

Kan ook elke Jood hierop “Amen!” zeggen zonder daarmee in problemen te komen met zijn eigen geloofsbelijdenis? Ik denk van niet! Nergens is de kloof tussen het Jodendom en het Christendom breder en het verschil van geloofsbeleving duidelijker zichtbaar dan in de opvattingen omtrent de éénheid dan wel de drie-éénheid van G’d!

Tegenstrijdigheden

Door de absolute en ongedeelde éénheid van de Eeuwige met het Sh’ma Yisra’el niet alleen in de drie dagelijkse gebeden maar ook in de liturgische gebeden voor de Shabat en de feestdagen bijzonder te benadrukken en door de eeuwen heen het monotheïsme van zijn aartsvader Avraham [Abraham] steeds opnieuw te beleven en te verkondigen in een wereld van afgoderij, en veelgodendom, bijgeloof en heidense gewoonten, heeft G’ds volk Israël de geestelijke verhevenheid van het bijbelse geloof aan de mensheid geschonken. Het monotheïsme is derhalve de grootste bijdrage van de Joden aan de menselijke beschaving, waarvan de gevolgen nog dagelijks merkbaar zijn. Het schept namelijk de mogelijkheid tot een universeel geloof in één G’ddelijke macht, want twee of meer goden sluiten immers het begrip van almacht uit, aangezien elk van hen beperkt zou zijn in zijn macht en daden. Alleen de énige G’d heeft de hele wereld kunnen scheppen en haar een onveranderlijke wet, bestaande uit 613 geboden en verboden kunnen toewijzen! En hier ligt nu dus het probleem met de drie-éénheidleer van het christendom. Het is hier de Heilige Geest die de wet in ons binnenste legt en het is G’ds Zoon die hier naast Zijn Vader als mede-Schepper wordt gezien. En terecht, want zo staat het inderdaad in de Bijbel! Maar is dat niet tegenstrijdig? Hebben wij het hier wel over dezelfde G’d, de G’d van Israël? Het christelijke dogma, dat spreekt van één ondeelbaar G’ddelijk Wezen, waarin drie G’ddelijke Personen bestaan, namelijk de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, kan namelijk onherroepelijk leiden tot het voor de hand liggende misverstand als zou deze christelijke triniteitsleer toch min of meer onuitgesproken over drie goden gaan. En dat is uiteraard volledig in strijd met de Bijbel en dus onaanvaardbaar! Zo heeft Pinchas Lapide eens gezegd: “Wat veel Joden wel op een dwaalspoor heeft moeten brengen is het weglaten van de letter ‘u’ bij de latere dogmatici. Bij de oude kerkvaders is er immers nog sprake van ‘triunitas’, waarbij de nadruk ligt op ‘unitas’: de éénheid. Maar ‘trinitas’ ofwel triniteit klinkt, zuiver naar de letter genomen, als tri-theïsme [driegodendom] of zelfs als een hemels driemanschap.” Hij doelt hier zeer waarschijnlijk op een kosmisch drietal van goden zoals Osiris, Isis en Horus in Egypte of Hades, Poseidon en Zeus bij de Grieken. Doordat de christenen door de eeuwen heen de Griekse naam Jezus Christus voor Yeshua gebruiken, wordt onze Joodse Mashiach namelijk ten onrechte door veel Joden geassocieerd met Griekse afgoden. Door de taalontwikkeling na de tijd van de kerkvaders geeft ook de toepassing van het woord ‘Persoon’ op de drie-éénheid tegenwoordig aanleiding tot onoverkomelijke misverstanden, omdat de huidige betekenis van dit woord, namelijk: ‘individu’ ofwel ‘zelfstandig handelend menselijk wezen met individuele eigenaard’ in de oorspronkelijke dogmatische formulering helemaal niet vervat ligt. Tertullianus had het in de derde eeuw over één G’ddelijk Wezen dat uit drie Personen bestaat. Athanasius proclameerde deze formulering onder de naam Triunitas op het concilie van Nicea in 325 n.Chr. als basis voor het geloofsbelijdenis van de christelijke kerk. Maar Tertullianus gebruikte hiervoor het Latijnse woord ‘Persona’, dat in die tijd evenals het Griekse proswpon ‘Prosōpon’ oorspronkelijk het masker van een toneelspeler in het Griekse theater was en later de betekenis kreeg van aangezicht,, gelaat, maar ook van personage, rol van een toneelspeler, karakterrol, de door hem voorgestelde persoonlijkheid. Men zou dus kunnen zeggen dat Tertullianus hiermee bedoelde dat er sprake is van één G’d met drie gezichten ofwel drie bestaanswijzen van het G’ddelijk wezen. Maar hij had het met zekerheid niet over drie Personen in de huidige betekenis van dit woord. Wat is nú namelijk een persoon? Ik zei het al: een individu, dat wil zeggen een zelfstandig handelend menselijk wezen met individuele eigenaard. Dat houdt in dat die persoon zich van andere personen onderscheidt en over een eigen identiteit beschikt, een eigen ego, een eigen wil, een eigen karakter, een eigen persoonlijkheid, die zo uniek is als zijn vingerafdrukken! Dat alles is zowel bij Yeshua alsook bij de Heilige Geest ten opzichte van G’d de Vader beslist niet het geval! Yeshua zei immers, dat Hij in de Vader is en de Vader in Hem terwijl de Heilige Geest van Hen beiden uitgaat. Hij zei ook: “Ik en de Vader zijn één”. Dus kan er geen sprake zijn van één G’d met drie zelfstandige persoonlijkheden! Ik zal u ook uitleggen waarom: Wat zegt men namelijk van iemand, die niet één, maar meerdere persoonlijkheden heeft? Men zegt: hij heeft een gespleten persoonlijkheid. In de wereld van de wetenschap noemt men zo iemand schizofreen en in de Bijbel lezen wij, dat die persoon “innerlijk verdeeld is” (Jacobus 1:8). Maar de Eeuwige is één! Hij is niet innerlijk verdeeld! G’d is niet samengesteld uit drie Personen en Hij bezit ook geen drie persoonlijkheden, want als dat het geval was, dan zou er geen sprake zijn van een Triniteit maar van Tritheïsme, een geloof in drie goden!

Ziel, Geest en Lichaam

Terugkomend op de Triunitas-formulering van Tertullianus in haar oorspronkelijke betekenis kunnen wij dus eigenlijk beter spreken over het G’ddelijk Wezen bestaande uit drie delen in plaats van drie Personen. Elk deel heeft wel zijn eigen functie, maar is niet compleet zonder de andere twee delen, wants slechts alle drie delen bij elkaar vormen pas de éénheid die wij in het Sh’ma Yisrael belijden, en zo kan er dus toch terecht worden gesproken over een drie-éénheid! Het Hebreeuwse woord dxa Echad in het Sh’ma Yisrael geeft namelijk een samengestelde éénheid aan in tegenstelling tot het door Maimonides gebruikte woord ddyxy Yachid, dat een absolute éénheid aangeeft. In het moderne Hebreeuws van vandaag is het verschil tussen deze beide woorden helaas niet meer zo duidelijk zichtbaar, maar wel in het Bijbels Hebreeuws. Zo komen wij het woord dxa Echad bijvoorbeeld tegen in ty>arb Bereshit [Genesis] 2:24, waarin gesproken wordt over de samengestelde éénheid van man en vrouw, want zij beiden zullen “tot één (echad) vlees zijn”. Het woord ddyxy Yachid daarentegen als verwijzing naar een absolute ongedeelde éénheid vinden wij in hyrkz Zechar’ya [Zacharia] 12:10, waarin gesproken wordt over “een énig (yachid) Kind”. De Bijbel zegt duidelijk: dxa hvhy Adonai Echad! [G’d is één!] Maar heeft Maimonides dan niet velen op een dwaalspoor gezet door het woord ddyxy Yachid te gebruiken om de éénheid van G’d te belijden? Tot deze conclusie zou men kunnen komen als men in de Bijbel zou zoeken naar voorbeelden waar dit woord ook in voorkomt. Maar dat is het nou juist wat Maimonides absoluut afwijst, namelijk het vergelijken van G’ds ddyxy Yachid of dxa Echad met andere situaties of vormen waar hetzelfde woord gebruikt kan worden en daarom zegt hij nadrukkelijk, dat de unieke éénheid van G’d onvergelijkelijk is met welke éénheid dan ook en daarom is zijn geloofspunt niet in strijd met de samengestelde éénheid van Vader, Zoon en Geest! Deze drie-enige G’d heeft de mens geschapen naar Zijn beeld, naar Zijn gelijkenis, bestaande uit dezelfde drie delen als Hijzelf, namelijk: Ziel, Geest en Lichaam! Niemand van ons zou beweren dat Adonai ons mensen geschapen heeft als wezens die uit drie verschillende personen zijn samengesteld, maar een ieder van ons, u en ik, heeft een ziel, een geest en een lichaam. Deze drie-éénheid waaruit de mens bestaat komen wij uiteraard diverse keren in G’ds Woord, de Bijbel tegen. Een prachtig voorbeeld hiervan vinden wij in 1 Tessalonicenzen 5:23, waar Sha’ul [Paulus] schrijft: “En Hij, de G’d des vredes, heilige u geheel en al, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Heer Yeshua haMashiach blijken in allen dele onberispelijk bewaard te blijven.” Hier staat “in allen dele”. In welke delen? Dat staat erboven: geest, ziel en lichaam! Deze drie delen bij elkaar maken de mens tot één geheel. Daarom schrijft Sha’ul [Paulus] dan ook: “geheel en al”. Met andere woorden: een lichaam alleen is geen volledig persoon, evenals een ziel of een geest alleen geen persoon is. Geheel en al betekent dus dat een persoon pas compleet is als de drie delen lichaam, ziel en geest bij elkaar zijn. Als een ziel geen lichaam meer heeft, dan zegt men dat die persoon dood is, terwijl dat helemaal niet waar is, want alleen het lichaam is dood. Ziel en geest bevinden zich elders. Als omgekeerd een lichaam geen ziel meer heeft, dan zegt men ook dat die persoon dood is, want de ziel heeft het lichaam verlaten. Daarom spreekt men van een ontzield lichaam. Als de geest van iemand niet meer functioneert, dan zegt men dat die persoon geestelijk dood is. De persoon leeft dan nog wel, maar daar is dan ook alles mee gezegd. U ziet het: een persoon heeft echt alle drie delen nodig om een volledig persoon te kunnen zijn en om optimaal te kunnen functioneren. Elk deel heeft namelijk zijn eigen functie.

Het belangrijkste deel van de mens is de ziel, want dat is je ego, dat ben je zelf! In het Hebreeuws heet de ziel >pn Nefesh en in het Grieks yuch Psuche [psyche, vandaar dus psychiater, psycholoog enz.]. De ziel is de zetel van onze persoonlijkheid. De meeste elementen die ons tot mens maken behoren tot de ziel zoals het karakter en het zelfbewustzijn. De drie belangrijkste vermogens van de mens, die samen zijn persoonlijkheid, zijn eigen ‘ik’ vormen, zijn de wil, het verstand en het gevoel. Met de wil maken wij onze plannen, voornemens, beslissingen en keuzen. Het verstand geeft ons het vermogen tot zelfstandig denken. Het gevoel stelt ons in staat om uiting van liefde en genegenheid, maar ook van haat en afkeer te geven. Door dit vermogen kunnen wij ons blij of verdrietig, boos of gelukkig voelen. Zonder het gevoel zouden we hard als steen of koud als ijs zijn. Wij mogen dus stellen, dat wij mensen kenbaar en herkenbar zijn door de kenmerken van onze ziel. Ook G’d heeft een ziel, want al de eerder genoemde kenmerken van de ziel komen we in de Joodse geschriften ook tegen met betrekking tot de Eeuwige. Maar let wel: ondanks alle ogenschijnlijke overeenkomsten met de onze, heeft Hij toch een G’ddelijke Ziel, geen menselijke! Wie is de Ziel van G’d? Om die vraag te kunnen beantwoorden, moeten wij nogmaals naar de kenmerken van de ziel kijken. Een van de belangrijkste kenmerken is de wil, en in het “Onze Vader” bidden wij juist: “Uw wil geschiede”. Wiens wil? De wil van de Vader! Dus kan alleen maar onze hemelse Vader de Ziel van G’d zijn, want ook Yeshua kon niets buiten de wil van Zijn Vader doen. Hij moest gehoorzamen, ook als dit zelfs voor Hem zó moeilijk was dat Hij onder tranen smeekte: “Vader, indien Gij wilt, neem deze beker van Mij weg; doch niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede!” (Lucas 22:42). Ook zei Yeshua: “Ik kan van Mijzelf niets doen; gelijk Ik hoor, oordeel Ik, en Mijn oordeel is rechtvaardig, want Ik zoek niet Mijn wil, doch de wil van Hem, die Mij gezonden heeft.” (]nxvy Yochanan [Johannes] 5:30). Een andere uitspraak van Yeshua die het waard is om te onthouden, is: “Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil Mijns Vaders, die in de hemelen is.” (vhyttm Matityahu [Mattheüs] 7:21). Het gaat dus om de wil van de Vader. Hij is derhalve het belangrijkste deel van de drieëenheid, en toch is de Vader alléén niet G’d! Hij is wél de Ziel van G’d, en dat G’d inderdaad een Ziel heeft blijkt uit de volgende bijbelteksten:

G’d heeft een Ziel:

“Uw nieuwemaansdagen en uw feesten haat Ik met heel Mijn Ziel, zij zijn Mij een last. Ik ben moede ze te dragen” (vhyi>y Yeshayahu [Jesaja] 1:14). - “Maar de Eeuwige zeide tot mij: Al stond Moshe [Mozes] met Sh’mu’el [Samuël] voor Mij, dan zou Mijn Ziel zich toch niet tot dit volk neigen: weg met hen, uit Mijn ogen, laat hen heengaan!” (vhymry Yir’m’yahu [Jeremia] 15:1). - “Ik zal Mij over hen verblijden en hun weldoen en Ik zal hen voorgoed in dit land planten met heel mijn hart en heel Mijn Ziel” (vhymry Yir’m’yahu [Jeremia] 32:41). - “Zie, Mijn knecht, die Ik verkoren heb, Mijn geliefde, in wie Mijn Ziel een welbehagen heeft; Ik zal Mijn Geest op Hem leggen en Hij zal de heidenen het oordeel verkondigen” (vhyttm Matityahu [Mattheüs] 12:18). - “…en Mijn rechtvaardige zal uit geloof leven; maar als hij nalatig wordt, dan heeft Mijn Ziel in hem geen welbehagen” (,yrbi Ivrim [Hebreeën] 10:38).

xvrh haRuach - de geest

De Joodse Geschriften tonen ons aan, dat wij een menselijke geest bezitten. Deze geest is geen spook! De geest is ook niet hetzelfde als onze ziel, ook al worden ziel en geest nog weleens met elkaar verward, omdat beiden onstoffelijke delen van de mens zijn. Aangaande de geest, in het Hebreeuws xvr Ruach geheten, leert ons de Bijbel dat hij samengesteld is uit drie delen: geweten, intuïtie en G’dsverlangen. Het geweten stelt ons in staat om te onderscheiden tussen goed en kwaad. Het is het zogenaamde ‘stemmetje van binnen’, dat dingen veroordeelt, die wij vaak met redeneren en argumenteren toch maar willen rechtvaardigen. Door onze intuïtie kunnen wij bepaalde zaken aanvoelen. Dat heeft niets te maken met occulte praktijken zoals helderziendheid, maar het is een door G’d gegeven kennis die tot ons komt zonder enige hulp of invloed vanuit onze gedachten, gevoelens of wil. Echt ‘innerlijk weten’ en ‘kennen’, ‘aanvoelen’ vindt plaats door onze intuïtie, ons verstand helpt ons alleen daarbij om het te begrijpen. De openbaringen van de Eeuwige en de werking van Ruach haQodesh [de Heilige Geest] komt tot de gelovige over via de intuïtie. Wij moeten derhalve leren luisteren naar de stem van het geweten en de onderwijzing van de intuïtie. Het derde element van de menselijke geest is het G’dsverlangen. Wij kunnen G’d alleen maar aanbidden in de geest, want vanuit de vermogens van de ziel is dit niet mogelijk, omdat de Eeuwige niet te bevatten is door onze gedachten, gevoelens of bedoelingen. Hij kan alleen rechtstreeks in onze geest worden gekend en aanbeden. Ons contact met G’d en andersom vindt uitsluitend plaats in de geest. De ziel staat daar buiten, want er staat geschreven: “G’d is Geest en wie Hem aanbidden, moeten aanbidden in geest en in waarheid.” (]nxvy Yochanan [Johannes] 4:24). Welk deel van de drie-éénheid is dus de Geest van G’d? Dit is de makkelijkste vraag, want het is uiteraard de Heilige Geest. Dat ligt voor de hand! Elke christen kent immers het pinksterverhaal. En toch staan er ook talrijke teksten in TeNaCH [het z.g. Oude Testament], waarin de Geest van G’d genoemd wordt. Het zijn er teveel om allemaal te lezen, maar enkele teksten wil ik toch graag onder uw aandacht brengen:

G’d heeft een Geest:

“De aarde nu was woest en ledig, en duisternis lag op de vloed, en de Geest G’ds zweefde over de wateren.” (ty>arb B’reshit [Genesis] 1:2). - “En Ik zal Mij een betrouwbaar priester aanstellen, die naar Mijn hart en in Mijn Geest handelt…” (a lavm> Sh’mu’el alef [1 Samuël] 2:35). - “Keert u tot mijn vermaning! Zie, ik wil Mijn Geest voor u uitstorten, u Mijn woorden bekendmaken” (yl>m Mishlei [Spreuken] 1:23). - “Wee de opstandige kinderen, luidt het woord van de Eeuwige, die een plan maken, dat echter niet van Mij komt, en een verbond sluiten, dat echter niet uit Mijn Geest is…” (vhyi>y Yeshayahu [Jesaja] 30:1). - “Zie, Mijn knecht, die Ik ondersteun; Mijn uitverkorene, in wie Ik een welbehagen heb. Ik heb Mijn Geest op hem gelegd: hij zal de volken het recht openbaren.” (vhyi>y Yeshayahu [Jesaja] 42:1). - “Ik zal Mijn Geest uitgieten op uw nakroost en Mijn zegen op uw nakomelingen” (vhyi>y Yeshayahu [Jesaja] 44:3). - “Mijn Geest, die op u is, en Mijn woorden, die Ik in uw mond gelegd heb, zullen niet wijken uit uw mond noch uit de mond van uw kroost, noch uit de mond van het kroost van uw kroost, zegt de Eeuwige, van nu aan tot in eeuwigheid” (vhyi>y Yeshayahu [Jesaja] 59:21). - “Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar Mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoud” (laqzxy Y’chez’qel [Ezechiël] 36:27). - “Ik zal Mijn Geest in u geven, zodat gij herleeft en Ik zal u doen wonen in uw land; en gij zult weten, dat Ik, de Eeuwige, het gesproken en gedaan heb, luidt het woord van de Eeuwige” (laqzxy Y’chez’qel [Ezechiël] 37:14). - “En Ik zal Mijn aangezicht niet meer voor hen verbergen, wanneer Ik Mijn Geest over het huis Israëls heb uitgestort, luidt het woord van de Eeuwige Adonai” (laqzxy Y’chez’qel [Ezechiël] 39:29). - “Daarna zal het geschieden, dat Ik Mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien” (lavy Yo’el [Joël] 2:28). - “Ook op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal Ik in die dagen Mijn Geest uitstorten” (lavy Yo’el [Joël] 2:29). - “Overeenkomstig het woord dat Ik u beloofd heb, toen gij uit Egypte uittoogt en Mijn Geest in uw midden stond: vreest niet” (ygx Chagai [Haggai] 2:5). - “Niet door kracht noch geweld, maar door Mijn Geest! zegt de Eeuwige der heerscharen” (hyrkz Z’char’ya [Zacharia] 4:6). - “Zie, mijn Knecht, die Ik verkoren heb, mijn geliefde, in wie Mijn Ziel een welbehagen heeft; Ik zal Mijn Geest op Hem leggen en Hij zal de heidenen het oordeel verkondigen” (vhyttm Matityahu [Mattheüs] 12:18). - “En het zal zijn in de laatste dagen, zegt G’d, dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouderen zullen dromen dromen” (tvlipm Mifalot [Handelingen] 2:17). - “Ja, zelfs op mijn dienstknechten en mijn dienstmaagden zal Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren” (tvlipm Mifalot [Handelingen] 2:18).

[vgh haGuf - Het lichaam

Zoals ik reeds eerder heb opgemerkt, is een persoon met een ziel en een geest alleen niet volledig. Hij heeft een lichaam nodig om in de materiële wereld te kunnen functioneren. Ook G’d heeft een Lichaam nodig, een zichtbaar en tastbaar Lichaam, om rechtstreekse contacten met de mensen te kunnen onderhouden, maar op de eerste plaats om Zijn verlossingsplan voor de mensen ten uitvoer te kunnen brengen. Dit Lichaam van G’d is het vleesgeworden Woord, Yeshua haMashiach, de Zoon van G’d, wiens menselijk lichaam is gestorven aan het kruis, maar die is opgestaan met een verheerlijkt lichaam. Over dit Lichaam van G’d lezen wij o.a. de volgende teksten:

G’d heeft een Lichaam:

“In den beginne was het Woord en het Woord was bij G’d en het Woord was G’d. Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond” (]nxvy Yochanan [Johannes] 1:1 en 14). - “Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in de Mashiach Yeshua [Christus Jezus] was, die, in de gestalte G’ds zijnde, het G’de gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is. En in Zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood des kruises” (Filippensen 2:5-8). - “En buiten allen twijfel, de verborgenheid der g’dzaligheid is groot; G’d is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in de Geest, is gezien van de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid” (1 Timothéüs 3:16, Statenvertaling).

De drie gedeelten van de Tempel

Als wij de Bijbel goed lezen, dan komen wij diverse teksten tegen, waarin de Eeuwige Zijn drieënig Wezen door middel van een azymr R’miza [toespeling] aan ons heeft geopenbaard. Één van deze toespelingen is bv. de Tempel in Jeruzalem, die evenals de Tabernakel in de woestijn bestond uit drie gedeelten: ,y>vdqh >vdq Qadosh haQadoshim [het Heilige der heiligen], >vdqh haQadosh [het Heilige] en rjxh haChatzar [de Voorhof]. Het is echt geen toeval dat zowel ]k>mh haMishkan [de Tabernakel] alsook >dqmh haMiqdash [de eerste en de tweede Tempel] bestonden uit drie gedeelten, want zij corresponderen namelijk precies met de drie delen waaruit G’d bestaat: ,y>vdqh >vdq Qadosh haQadoshim [het Heilige der heiligen], is apart gezet voor de Ziel van G’d, de Vader! Dat is de reden waarom daar niemand anders dan lvdgh ]hvk Kohen haGadol [de Hogepriester] binnen mocht komen en ook hij slechts één keer per jaar, namelijk op ,yrvpykh9,vy Yom haKipurim [de Grote Verzoendag]. Alléén via de Hogepriester kon het volk Israël de Eeuwige naderen en zo is ook onze Hogepriester Yeshua de énige weg, want Hij heeft zelf gezegd: “Niemand komt tot de Vader dan door Mij!” (]nxvy Yochanan [Johannes] 14:6). Door Zijn verzoenoffer aan het kruis heeft onze Hogepriester Yeshua de ware verzoening voor ons tot stand gebracht en door het voorhangsel te scheuren heeft Hij voor een ieder die in Hem gelooft en naar Zijn geboden leeft, de weg tot het Heilige der heiligen geopend! Maar daar gaat heiliging aan vooraf, en daarmee komen wij bij het tweede gedeelte van de Tempel: >vdqh haQadosh [het Heilige], dat het tweede deel van de drieënige G’d vertegenwoordigt: >dvqh xvr Ruach haQodesh [de Heilige Geest]. En dan was er als derde gedeelte nog rjxh haChatzar [de Voorhof]. Deze Voorhof vertegenwoordigt Yeshua, de énige van de Drie, die Zijn voet op deze aarde heeft gezet en in het vlees tot de mensen is gekomen. rjxh haChatzar [de Voorhof] is immers het meest toegankelijke gedeelte van de Tempel!

De drie Feesten

Een andere azymr R’miza [toespeling] die de Eeuwige gebruikte, om daarmee Zijn drieënig Wezen te openbaren, was de instelling van de drie jaarlijkse feesten, die het volk Israël in de heilige stad Jeruzalem moest vieren, want dáár stond de Tempel! Deze drie feesten corresponderen precies met de drie delen van G’ds Wezen: xcp Pesach [Pasen, het Feest der ongezuurde Broden] herinnert ons aan het lijden en sterven van Yeshua haMashiach, maar óók aan Zijn opstanding als Overwinnaar! Tijdens tvivb> Shavuot [Pinksteren, het Wekenfeest], werd >dvqh xvr Ruach haQodesh [de Heilige Geest] uitgestort. Het derde jaarlijkse feest is tvkvc Sukot [het Loofhuttenfeest dat ook Tabernakelfeest wordt genoemd]. Met dit feest staan bij stil bij het heerlijk vooruitzicht dat wij eens de tijdelijke tent, de breekbare loofhut waarin wij nu wonen, ons sterfelijk lichaam, mogen inruilen tegen één van de vele prachtige woningen in het huis van de Vader, zoals Yeshua ons heeft beloofd (]nxvy Yochanan [Johannes] 14:2). Ooit moesten alleen de Israëlieten dit feest vieren, maar eens zullen alle volkeren der aarde van jaar tot jaar voor het Loofhuttenfeest naar Jeruzalem trekken om zich daar neder te buigen voor Adonai Tz’vaot, de sterke G’d van Israël! (hyrkz Z’char’ya [Zacharia 14:16-19).

De drieëenheid in de letter a alef

Zelfs de eerste letter van het Hebreeuwse alfabet, de a alef, getuigt van de driedelige g’ddelijke natuur. De a alef bestaat uit drie strookjes, geschreven van rechts naar links. De eerste, dus de rechter strook, die nooit met de schrijflijn, de aarde, in aanraking komt, vertegenwoordigt G’d de Vader. De middelste strook, schuin van links boven tot rechts onder staat voor de Heilige Geest, en het derde strookje, dat evenals het eerste aan de schuine middelstreep vastzit, zet zijn voet op de schrijflijn, de aarde. Het is daarom een symbool voor Yeshua!

De drieëenheid in de letter > shin

Maar ook de letter > shin is een beeld van de drieëenheid van G’d omdat hij op een kandelaar lijkt die drie armen heeft: elk één voor resp. de Vader, de Zoon en de Heilige Geest! De letter > shin symboliseert reeds sinds duizenden jaren de Naam van de Eeuwige omdat het de afkorting is van ,>h haShem [de Naam]. Daarom vinden wij de letter > shin op talloze hangertjes, voornamelijk verwerkt in een davidster en op de Tefilin [gebedsriemen] en heel vaak ook op een Qidush-beker voor de Shabat. Maar de letter > shin staat ook op elke Mezuza [kokertje met een schriftrolletje] op de deurpost. Daar wordt hij soms vergezeld van nog twee Hebreeuwse letters, namelijk de d dalet en de y yod, samen een naam vormend: yd> Shadai [de Almachtige]. In deze drie letters wordt ook de afkorting gelezen van lar>y tvdld rmv> Shomer Daldot Yisra’el [de Bewaker ofwel de Beschermer van Israël]! Zo is ook de s shin een toespeling naar de drieënige G’d van Israël!

Triniteitsprincipe

Het triniteitsprincipe komen wij overigens ook in andere facetten van het bijbels-Joods geloofsleven tegen, zoals bijvoorbeeld in de drie vaste dagelijkse gebeden en de drie Matzot op de Seideravond van Pesach, de drie dagen en drie nachten van Yona in de buik van de grote vis en de drie dagen en drie nachten die Yeshua in het graf lag heeft gelegen tot Zijn opstanding ten derde dage, maar ook in de drievoudige lofprijzing der engelen en verlosten:
.tvabj ,yhla ynda >vdq >vdq >vdq
Qadosh! Qadosh! Qadosh! Adonai Elohim Tz’vaot! [Heilig! Heilig! Heilig! Is de Eeuwige, onze G’d, de Almachtige!].

Conclusie

Samenvattend kunnen wij concluderen, dat G’d evenals wij mensen, die Hij naar Zijn beeld en Zijn gelijkenis heeft geschapen, bestaat uit drie delen: een Ziel = de Vader, een Geest = de Heilige Geest en ook een Lichaam = Yeshua, de enige van de Drie, die in het vlees tot ons is gekomen. Samen vormen zij de éne Persoon van G’d, en zo kan er geen sprake zijn van drie Personen, maar wél van een samengestelde éénheid, die dus niet in strijd is met het Sh’ma Yisra’el, want G’d is inderdaad één, evenals u en ik één zijn. Maar Hij bestaat wel uit drie delen, evenals wij uit drie delen bestaan. Deze “drieëenheid” van G’d zien wij niet alleen in Zijn Wezen (Lichaam, Ziel en Geest), maar ook in Zijn eeuwig bestaan (verleden, heden en toekomst):
abv hyh hvh avh r>a
“Asher Hu hove, haya vaba” of ook wel:
avbyv hyhv hvhh
“haHove v’haya v’yavo” [Hij die was en die is en die komen zal] (]vyzx Chizayon [Openbaring] 1:4, 1:8 en 4:8). De G’d van Israël, die wij dienen, is de Eeuwige, een oneindig en eeuwig volmaakt Wezen, uit zichzelf bestaande! Hij is de éne, de enig levende en ware G’d, Hij alleen is G’d, en Hij is één! Er is geen ander! Het vaste geloof in deze geopenbaarde waarheid zal ons krachtig wapenen tegen alle afgoderij, die gebaseerd is op de fundamentele dwaling dat er vele goden zouden zijn. Het is onbetwistbaar dat er slechts één G’d is, en dat er geen ander is dan Hij (Marcus 12:32). Laat ons dus geen andere hebben noch begeren te hebben. De Eeuwige is één, uit één stuk, ondubbelzinnig! Je weet precies wat je aan Hem hebt. Zo is het toch? Wij kennen onze G’d en weten wat we aan Hem hebben: Hij heeft zich volkomen, ondubbelzinnig en overduidelijk, aan ons mensen geopenbaard in Yeshua haMashiach! Mocht iemand nog twijfelen aan wie Adonai nu eigenlijk is, dan maakt Yeshua het wel duidelijk: “Wie Mij heeft gezien, heeft de Vader gezien!” (]nxvy Yochanan [Johannes] 14:9). En mocht iemand nog twijfelen aan wie Yeshua nu eigenlijk voor hem wil zijn, dan maakt Ruach haQodesh [de Heilige Geest] het hem wel duidelijk, want Yeshua heeft gezegd: “Wanneer de Trooster komt, die Ik u zenden zal van de Vader, de Geest der Waarheid, die van de Vader uitgaat, zal deze van Mij getuigen!” (]nxvy Yochanan [Johannes] 15:26). Zoals de Mashiach aan ons laat zien wie G’d zelf is, zo doet de Heilige Geest dat ook, maar dat is helemaal niet in strijd met Devarim [Deuteronomium] 6:4, want wij hebben hier niet te maken met drie goden, maar met één G’d! Voordat ik deze bijbelstudie ga afsluiten, wil ik graag nog heel duidelijk benadrukken dat ik er nooit vanuit ging dat mijn visie over dit onderwerp de absolute waarheid zou zijn, want ik ben mij er terdege van bewust dat elke uitleg (uit welke hoek dan ook) over de natuur van G'd slechts een voorzichtige benadering kan zijn van de werkelijkheid. Voorts ben ik van mening dat geen enkele sterveling er ooit in zal slagen om de ware natuur van G’d volledig te kunnen doorgronden omdat simpelweg daarvoor ons menselijk denkvermogen te ontoereikend is om dit in de volle omvang ooit te kunnen bevatten. Sterker nog: ik denk dat het voor ons niet eens relevant is te weten hoe G'd precies in elkaar zit, want als Hij dat had gewild dan had Hij ons daar zeker heel duidelijk en heel ondubbelzinnig van op de hoogte gebracht in Zijn Woord. Maar dat doet Hij niet, integendeel! De bekende messiasbelijdende rabbijn Yosef Shulam heeft het mysterie rondom de soms tegenstrijdige natuur van de Eeuwige zó onder woorden gebracht: “De precieze relatie tussen Vader, Zoon en Geest is soms moeilijk vast te stellen en soms is hun rol en functie uitwisselbaar. Wat de Vader doet, wordt soms toe geschreven aan de Zoon en soms aan de Geest, en in de Schrift zijn alle mogelijke combinaties hiervan te vinden. De reden voor de schijnbare verwarring is gelegen in de natuur van de Eeuwige, die ‘alles’ in ‘allen’ is.”

G’d is één!!!

Voor ons mensen is het dus slechts belangrijk te weten dat Yeshua de Weg, de Waarheid en het Leven is en dat niemand tot de Vader komt dan door Hem! Daar gaat het om, maar dat is slechts mogelijk als wij de autoriteit van Yeshua erkennen en dus geloven dat Yeshua deel uitmaakt van de G'dheid en dat Yeshua en Zijn Vader daadwerkelijk één zijn!!! “In den beginne schiep G’d de hemel en de aarde” (ty>arb B’reshit [Genesis] 1:1) door Zijn Woord: “Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is” (]nxvy Yochanan [Johannes] 1:3). “Door het Woord van de Eeuwige zijn de hemelen gemaakt, door de adem van Zijn mond al hun heer” (,ylht Tehilim [Psalmen] 33:6. Dit Woord is Yeshua, want: “Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond” (]nxvy Yochanan [Johannes] 1:14). G’d heeft ook de mens geschapen door het Woord, want Hij heeft in meervoud gezegd: “Laat Ons mensen maken naar Ons beeld… en G’d schiep de mens naar Zijn beeld.” (ty>arb B’reshit [Genesis] 1:26 en 27), maar Hij schiep de mens ook door Ruach haQodesh, [de Heilige Geest], want er staat geschreven: "De Geest G’ds heeft mij gemaakt en de adem des Almachtigen doet mij leven" (bvya Iyov [Job] 33:4). Conclusie: G’d als samengestelde éénheid van Ziel (het g’ddelijke Brein, de Vader), Lichaam (het vleesgeworden Woord, de Zoon, Yeshua) en Geest (de Heilige Geest, Ruach haQodesh) heeft alles geschapen. G’d heeft niet alleen een Geest, Hij is ook zelf Geest, gelijk geschreven staat: "G’d is Geest en wie Hem aanbidden, moeten aanbidden in Geest en in Waarheid” (]nxvy Yochanan [Johannes] 4:24). - “En de Geest is het, die getuigt, omdat de Geest de Waarheid is” (a ]nxvy Yochanan Alef [1 Johannes] 5:6). Yeshua zegt: “Ik ben de Weg en de Waarheid en het Leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij” (]nxvy Yochanan [Johannes] 14:6). Ik denk dat hierin prachtig het verschil zichtbaar wordt tussen de G'ddelijke samengestelde éénheid en de menselijke: de mens heeft een lichaam, hij heeft een ziel en hij heeft een geest, maar G'd ís de Geest, Hij ís de Ziel en Hij ís het Lichaam! Ik geloof met heel mijn hart, dat het Yeshua was, die lichamelijk in het Paradijs liep en ik geloof tevens dat het Yeshua was toen Ya'aqov [Jakob], Manoach en later ook Avraham [Abraham] G'd in menselijke gedaante hebben gezien. Yeshua zelf heeft gezegd dat Hij Avraham gezien heeft, waarop de mensen heel verwonderd riepen: “U bent nog geen 50 jaar en U hebt Avraham gezien???” (]nxvy Yochanan [Johannes] 8:57). Ik geloof dus inderdaad dat Yeshua niet alleen in B’rit haChadasha [het Nieuwe Testament], maar ook reeds in TeNaCH (het zg. Oude Testament) de belichaming van G'd was, maar ik ben mij terdege van bewust dat ook deze bijbelstudie (evenals de studies van talrijke andere schrijvers over ditzelfde onderwerp) altijd onvolledig zal blijven en nooit als afgerond beschouwd kan worden, maar dat ligt ook niet in mijn bedoeling.

Ik wil deze bijbelstudie derhalve afsluiten met de drievoudige zegen van die éne G’d, de G’d van Avraham [Abraham], de G’d van Yitzchaq [Isaäk] en de G’d van Ya’aqov [Jakob]: “De genade van de Heer Yeshua haMashiach en de liefde van G’d, en de gemeenschap van Ruach haQodesh zij met u allen” (2 Korinthiërs 13:13). Amen!

Werner Stauder