De hel 10

De Luchtbel: God Helpt Je Wel
Lukas 16: 20 Er was een bedelaar, Lazarus genaamd,
Ah, eindelijk krijgt deze bedelaar ook een gezicht. Maar hoe is dat te rijmen met het feit dat deze Lazarus staat voor een hele onderlaag van de maatschappij in Israel? Het deel van de bevolking dat als paria’s uitgeschud en beroofd wordt om daarna buiten de muur weggegooid te worden.

Ik moet zeggen dat het voor iemand die de eerste beginselen van satire een beetje kent, dit helemaal geen vreemde zaak is. Je ziet zo’n speler in het spel alleen nog maar meer body krijgen dankzij zo’n naam. Dat geeft het personage nog wat meer diepgang. Je kan er daardoor nog meer in kwijt. Dat is juist kenmerkend satire.

Ik kan me echter best voorstellen dat voor iemand die in de geesteswereld (van overleden mensen) of spoken (van overleden mensen) gelooft, de echtheid van deze geschiedenis als echte geschiedenis een absolute must is. Dit onbijbels denken is namelijk nergens anders vanuit de Bijbel te verdedigen. Dan houd je dit gedeelte vanzelfsprekend als laatste vesting in de strijd stevig omklemd. ‘Dit moet letterlijk gebeurd zijn!’
In die strijd is de naam van deze bedelaar ook essentieel.

In een kanttekening van de Scofield Reference Bible staat dat hier absoluut onmogelijk sprake kan zijn van een gelijkenis omdat ‘in geen enkele gelijkenis de naam van een persoon wordt genoemd’. Die mensen van de Scofield Reference Bible zijn best grappig. Boven Ezechiël 23 hebben ze namelijk een kopje geplaatst met het opschrift: ‘De gelijkenis van Ohola en Oholiba’. Ze hebben helemaal gelijk! Daar heb je een gelijkenis, dus geen waar gebeurd verhaal, en de personages hebben namen!

De naam van deze bedelaar is dus geen enkel argument voor de gedachte dat dit uitsluitend een werkelijk gebeurd verhaal moet zijn. Als je het vergelijkt met het spelletje ‘Wie Van De Drie’, dan kwam er aan het eind telkens de vraag ‘Wil de werkelijke meneer zus of zo opstaan?’ Ik kan je verzekeren de werkelijke Lazarus is die Lazarus die is opgestaan!
Johannes 11: 43-44 Jezus riep met luider stem: Lazarus, kom naar buiten! De gestorvene kwam naar buiten,
Johannes 12:1 Lazarus… , die Jezus uit de doden had opgewekt.

Ik gaf al aan dat in satire de betekenis van het gebeuren vaak nog verder wordt uitgediept door ook nog namen in het spel binnen te brengen. Hier maakt de Heer ook heel bewust gebruik van. De wrijvende werking wordt aangewakkerd en de geestelijke elite krijgt het nog benauwder.

Ik heb tot nu toe al diverse keren die kunstmatig door de geestelijke elite aangebrachte kloof genoemd, waadoor ze de ellendigen en armen ver van hun geriefelijke leventje konden houden. Mocht dat uitschot mekkeren over hun situatie dat hadden ze een mooi vroom antwoord: : ‘Jullie zijn nu dan wel arm, jullie hebben het nu dan wel moeilijk, jullie hebben nu dan wel veel lijden te ondergaan, maar dat zal ruimschoots vergoed worden aan de andere kant’.

Maar helaas waren er ook lastige bedelaars. Die namen geen genoegen met zo leeg weggestuurd te worden. Wanneer die bleven zaniken om hulp, om wat voedsel of kleding, dan kregen ze het standaard antwoord:
SV Jakobus 2: 16 Ga heen in vrede, wordt warm, en wordt verzadigd;

Ik heb hier bewust de Staten Vertaling gehanteerd omdat het anders toch teveel op het werk van die armen lijkt. Dat zit niet in die tijdsvorm. Alles is een voltooide tijdsvorm, waar ze door de geestelijke elite toe worden gemaand om in te gaan rusten.

Er wordt door de geestelijke elite dus geen vrede bewerkt als antwoord op hun vragen. Er wordt dus niks warms aangeboden om zich mee te kleden. Er wordt niks te eten gegeven om verzadigd te worden. Nee, ze worden weggestuurd met de vermaning: ‘wordt warm, en wordt verzadigd’.

‘Als goede vrome Joden zullen ze het niet wagen om de naam van God in hun mond te nemen, o nee! Zij geven God de eer die Hem toekomt!’ Dat was hun vrome, huichelachtige overweging, waarmee ze deze armen binnen de maatschappij van Israel wegjoegen. Natuurlijk bedoelden ze: ‘God zal je warmen. God zal je verzadigen’.

Die extra diepgang gaf de Heer zijn satire van ‘De Rijke Man & De Arme Lazarus’ door hier de naam van de arme man te noemen: Lazarus, dat is: ‘God Is Een Helper’. Zo werden deze ellendigen in Israels maatschappij door de geestelijke elite weggezet: ‘Kom zeg, maak dat je wegkomt. God helpt jou!’, maar dan natuurlijk keurig vroom zonder de naam ‘God’ te noemen.
Schurend gaat deze satire langs de harten van het vrome publiek.

<< vorige | volgende >>