De hel 7

Kloof Tussen Rijk & Arm
In mijn vorige studie eindigde ik met de zogenaamde bemoediging en vertroosting van Christus publiek, de geestelijke elite, aan de armen van het volk Israel: ‘Jullie zijn nu dan wel arm, jullie hebben het nu dan wel moeilijk, jullie hebben nu dan wel veel lijden te ondergaan, maar dat zal ruimschoots vergoed worden aan de andere kant’.
Dat kluitje in het riet vormt de aanleiding tot dit groot satirisch meesterwerk: De Rijke Man & De Arme Lazarus.

Lukas 16: 19 Er was een rijk man,
Daar hebben we de hoofdrolspeler in deze satire: de geestelijke elite.
Mattheus 23:2 De schriftgeleerden en de Farizeeën hebben zich gezet op de stoel van Mozes.
Nehemia 8:5 Ezra, de schriftgeleerde, stond op een hogen houten stoel,
Markus 12:38 Hij [Christus] zei in Zijn onderwijs: Wacht je voor de schriftgeleerden, die gesteld zijn op het wandelen in lange gewaden en op begroetingen op de markten,
Lukas 20:46 Wacht je voor de schriftgeleerden, die gesteld zijn op het wandelen in lange gewaden en houden van begroetingen op de markten, erezetels in de synagogen en eerste plaatsen bij de maaltijden;
Niet God heeft hen geroepen tot die stoel van Mozes. Zij zijn er zelf eigenmachtig op gaan zitten.

Het woord ‘rijk’ heeft hier zowel betrekking op de financiële als de maatschappelijke kant. De geestelijke elite was in alles de heersende, leidinggevende klasse binnen de maatschappij. Hun ware aard wordt door Jakobus vlijmscherp geanalyseerd:
Jakobus 2: 6 Jullie hebben de arme smadelijk behandeld. Zijn het niet de rijken, die je geweld aandoen en die je voor de rechtbanken slepen?
Jakobus 5: 1-5 Welaan dan,rijken, weent en maakt misbaar over de rampen, die jullie zullen overkomen. Je rijkdom is verrot, je kleren zijn door de mot aangevreten, je goud en zilver is verroest, en het roest ervan zal tegen jullie getuigen en je vlees verteren als vuur. Jullie zijn schatten gaan opleggen, terwijl het de laatste dagen zijn. Zie, het loon, dat door jullie is ingehouden van de arbeiders, die jullie landen hebben gemaaid, schreeuwt, en het geroep van hen, die jullie oogst hebben binnengehaald, is doorgedrongen tot de oren van de Here Sebaot. Jullie hebben op aarde weelderig geleefd en je te goed gedaan, jullie hebben je hart vetgemest in de slachttijd.

Deze geestelijke elite had de touwtjes stevig in handen en zorgde er wel voor dat die niet per ongeluk in andere handen terecht kwam. Zij hadden het voor het zeggen en zij hadden zich tegoed gedaan. In de maatschappij hadden ze daarmee een kloof laten ontstaan tussen hun klasse, de rijken van de maatschappij Israel, en de arme klasse. Een kloof die in dit leven niet te overbruggen was.

Mochten armen, of mensen met weinig tot geen macht, bezwaar maken tegen deze onoverbrugbare kloof in de maatschappij dan kregen ze van de geestelijkheid de zalvende vertroosting: : ‘Jullie zijn nu dan wel arm, jullie hebben het nu dan wel moeilijk, jullie hebben nu dan wel veel lijden te ondergaan, maar dat zal ruimschoots vergoed worden aan de andere kant’.

Lukas 16: 19 Er was een rijk man, die gekleed ging in purper.
Het purper waar deze geestelijke elite mee bekleed was staat voor de Koninklijke waardigheid. Dit was zo’n algemeen bekend feit dat zelfs de Romeinse soldaten die kleur gebruikten om de draak met Christus Koningschap te steken.
Johannes 19: 2-3 De soldaten …. deden Hem een purperen kleed om, en zij traden op Hem toe en zeiden: Gegroet, Koning der Joden!

Deze geestelijke elite had zich Koninklijke autoriteit toegeëigend in Israel. De voorwaarden die God daaraan stelde hadden ze echter uit het oog verloren.
2 Samuel 23: 3 De God van Israel spreekt, de Rots van Israel zegt tot mij: Een rechtvaardige heerser over de mensen, een heerser in de vreze Gods,
Nee, zij konden het niet verder brengen dan tot een onrechtvaardige rentmeester.

Lukas 16: 19 Er was een rijk man, die gekleed ging in purper en fijn linnen.
Het was het fijne linnen waar we gelijk de priesters van Israel aan herkennen. Net als bij die plek op de stoel van Mozes geldt ook hier dat zij eigenmachtig deze priesterkleding zich hebben toegeëigend. Vanuit dit priesterambt denken zij geestelijk gezag te hebben over het volk.
Mattheus 23: 3-4 Alles dan, wat zij jullie ook zeggen, doet dat en onderhoudt dat, maar doet niet naar hun werken, want zij zeggen het wel, maar doen het niet. Zij binden zware lasten bijeen en leggen die op de schouders van de mensen, maar zelf willen zij ze met hun vinger niet verroeren.

Het laatste kenmerk van deze geestelijke elite:
SV Lukas 16: 19 levende allen dag vrolijk en prachtig.
Ik citeer hier bewust uit de Staten Vertaling. Dit gedeelte hebben we al in een vorige studie bekeken. Toen kwamen we (Heel Terecht!) tot de conclusie dat de Heer geen enkel moreel oordeel uitspreekt over deze rijke, ook niet in deze tekst. Het punt zit hem namelijk helemaal niet in het feit dat zij rijk zijn! In principe mag iedereen dat zijn.

Het grote punt van deze satire is dat de geestelijke elite een kloof in de maatschappij van Israel had aangebracht tussen de rijke elite en de arme uitgeworpenen. Telkens als ze daarop aangesproken werden kwamen ze met hun belabberde smoes: ‘Jullie zijn nu dan wel arm, jullie hebben het nu dan wel moeilijk, jullie hebben nu dan wel veel lijden te ondergaan, maar dat zal ruimschoots vergoed worden aan de andere kant’.
Die idiote logica gaat de Heer heerlijk satirisch helemaal uitwerken.

<< vorige | volgende >>